Direct naar hoofdinhoud
Biodiversiteit

Hoe creëer je schuilplaatsen voor insecten en kleine dieren in je tuin?

Schuilplaatsen voor insecten en kleine dieren creëer je door variatie aan te brengen in je tuin met natuurlijke structuren. Takkenrillen, steenhoopjes, holle stengels en bladhoopjes bieden beschutting tegen kou, droogte en roofdieren. Door deze structuren op de juiste plek neer te leggen, help je bijen, kevers, egels en salamanders om te overleven in de Nederlandse seizoenen.

MV
Marijn de Vries
Hoofdredacteur tuinontwerp
4 min lezen
Hoek van een natuurlijke tuin met diverse schuilplaatsen: steenhoopje, takkenril, bladhoop onder struik en holle stengels

Natuurlijke tuinen bieden plek aan talloze nuttige dieren. In een strak bestrate tuin ontbreken vaak de holtes, beschutte hoekjes en vochtige ruimtes die dieren nodig hebben om te rusten, voort te planten of te overwinteren. Met het opbouwen van specifieke structuren help je de lokale biodiversiteit direct vooruit.

Verschillende schuilplaatsen en hun bewoners

Elk dier zoekt een eigen combinatie van temperatuur, vocht en beschutting. Wilde bijen en graafwespen nestelen graag in zonnige, droge gaten in hout of open zandgrond. Kevers, padden en salamanders zoeken juist koele, vochtige plekken onder stenen of verrottend hout. Egels hebben grotere, goed geïsoleerde ruimtes nodig, zoals een dikke laag herfstbladeren onder een dichte struik of een stevige takken stapel.

Dood hout veilig inzetten zonder ziekten of plagen

Voor een takkenril of houtstapel gebruik je hout van gezonde, inheemse boomsoorten zoals els, wilg, beuk, eik of hazelaar. Vers gesnoeide takken kun je meteen gebruiken, maar hout dat al enkele maanden tot een jaar buiten heeft gelegen en begint te verweren, trekt sneller kevers, pissebedden en houtzwammen aan. Die vormen op hun beurt voedsel voor vogels, egels en amfibieën. Leg de stapel op een vaste plek in een rustige, half beschaduwde hoek van de tuin, bijvoorbeeld tegen een schutting of onder een struik, zodat de onderste laag vochtig blijft terwijl de bovenkant droger blijft. Die combinatie van vocht en droogte trekt de meeste verschillende bewoners aan.

Wil je voorkomen dat een houtstapel plaaginsecten zoals houtworm of boktor naar je woning trekt, houd de stapel dan op minstens een meter afstand van de gevel, een houten schuur of een schutting. Draai de stapel niet regelmatig om en verstoor hem zo weinig mogelijk. Juist de rust maakt de plek geschikt als overwinteringsplaats voor kevers, wilde bijen en amfibieën. Vervang hout dat volledig tot mulm is vergaan gerust door nieuwe takken, zodat de stapel structuur en variatie in verteringsstadia behoudt.

Gebruik nooit hout van zieke bomen of behandeld hout

Gebruik geen hout van bomen die ziek waren, bijvoorbeeld door essentaksterfte, kastanjebloedingsziekte of een zichtbare schimmelinfectie. Sporen en ziektekiemen kunnen zich via de houtstapel verspreiden naar gezonde bomen en struiken elders in de tuin. Vermijd ook geverfd, gelakt of chemisch verduurzaamd hout, want resten van verf of houtbeschermingsmiddelen kunnen schadelijk zijn voor de insecten en kleine dieren die de stapel gebruiken. Twijfel je of hout ziek was, kies dan voor zekerheid en gebruik het niet in de tuin.

Wanneer leg je schuilplaatsen aan en hoe onderhoud je ze door het jaar heen

Leg schuilplaatsen bij voorkeur aan in het najaar, tussen september en november. In deze periode is er volop snoeihout, blad en steenmateriaal beschikbaar en hebben egels, amfibieën en insecten nog een paar weken om de plek te vinden voordat de winterrust begint. Bouw je liever in het voorjaar, kies dan maart of april: de bodem is dan minder nat dan in de winter en veel dieren zijn juist op zoek naar een vaste schuilplek voor het broedseizoen en de zomer.

Controleer schuilplaatsen vanaf maart voorzichtig op schade door vorst, wind of verzakking, zonder de structuur helemaal open te leggen. Vul een takkenril of steenhoopje in het voorjaar aan met vers materiaal als de stapel is ingezakt. Laat bladhoopjes, takkenrillen en houtstapels tussen november en half april met rust, ook als ze er rommelig uitzien. Dit is de periode waarin egels, amfibieën en veel insecten er overwinteren, en verstoring in deze maanden kan een winterslaap onderbreken met dodelijke gevolgen. Ruim pas na half april op, en controleer dan eerst of er nog bewoners aanwezig zijn voordat je een stapel verplaatst of afbreekt.

Bladhoopjes en steenhoopjes vervang je meestal om de een tot twee jaar, zodra het materiaal grotendeels is verteerd of ingezakt en zijn functie als schuilplek verliest. Doe dit bij voorkeur in het najaar, zodat er op tijd weer een volwaardige schuilplaats klaarstaat voor de winter. Zo blijft er het hele jaar door beschutting beschikbaar, ook op het moment dat een deel van het oude materiaal is afgebroken.

MV
Geschreven door
Marijn de Vries

Marijn ontwerpt al vijftien jaar tuinen door heel Nederland. Ze schrijft over aanleg, planning en de keuzes die je tuin voor jaren beter maken.

Gerelateerde artikelen

Nederlandse achtertuin in zomer met bloeiende lavendel, zonnehoed en vlinderstruik, twee vlinders op de bloemen, brandnetels
Biodiversiteit

Hoe trek je vlinders naar je tuin?

Vlinders komen af op tuinen met nectarplanten voor elk seizoen, waardplanten voor rupsen, een windluwe plek en water. Bestrijdingsmiddelen en te vroeg opruimen werken juist averechts.

4 min lezen

Tuinwiki groeit elke week

Onze redactie werkt doorlopend aan praktische antwoorden over planten, onderhoud, bodem en buitenleven. Nieuwe artikelen verschijnen zodra ze klaar zijn.

Bekijk alle onderwerpen