Ziekten en plagen herkennen: wat zie je en wat doe je eerst
Zie je vlekken, gaten, een grijze waas of verkleuring op je plant, dan is de eerste vraag niet welk middel je moet kopen, maar wat je precies ziet. De plek op de plant, de vorm van de aantasting en het moment in het seizoen vertellen je meestal al of het om een schimmel, een plaag of een verzorgingsprobleem gaat.

Een plant die er niet goed uitziet, geeft altijd eerst een zichtbaar signaal voordat er echt schade ontstaat. Controleer daarom systematisch: bekijk de bovenkant van het blad, draai het blad om en bekijk de onderkant, volg de stengel naar beneden en kijk naar de grond eromheen. Doe dit in het groeiseizoen, van april tot oktober, minstens een keer per week en vaker na een periode van regen of hitte, want dan ontwikkelen schimmels en plagen zich sneller.
- Bovenkant blad: kleur, vlekken, poederlaagje of gaten
- Onderkant blad: insecten, spinrag, puistjes of een grijze waas
- Stengel en knopen: verkleuring, schubjes, slijmspoor of scheuren
- Grond en pot: schimmelpluis, natte of juist kurkdroge grond
- Drainage: staat er water op de bodem van de pot of in de border
Een schimmel herken je meestal aan vlekken met een duidelijke rand, een poederachtige laag of een grijze waas, vaak bij vochtig weer in het najaar. Een virus veroorzaakt een mozaïekpatroon of misvormde nieuwe bladeren, zonder dat je insecten ziet, en is niet te genezen. Een bacterie geeft natte, glazige vlekken die soms slijmerig aanvoelen. Bij een plaag zie je de veroorzaker vaak zelf: insecten, mijten of slakkenslijm. Gele onderste bladeren wijzen meestal op te veel water, bruine bladranden vaak op te weinig water of voeding.
- Echte meeldauw: wit poederlaagje bovenop het blad, vooral bij droge zomers
- Valse meeldauw: geelgroene vlekken boven, grijze waas onder, bij vochtig weer
- Bladluis: groene of zwarte insecten in groepjes op jonge scheuten, met plakkerige honingdauw
- Spint: fijne webjes en stippelige verkleuring bij warm, droog weer in de zomer
- Trips: zilverige strepen met zwarte puntjes, vaak bij droge, warme omstandigheden
- Wittevlieg: kleine witte vliegjes die opstuiven bij aanraking van het blad
- Bladvlekkenziekte: ronde bruine tot zwarte vlekken met gele rand
- Roest: oranje puistjes aan de onderkant van het blad, vooral in het najaar
- Schildluis: bruine, vastzittende schubjes op stengel of blad met plakkerig oppervlak
- Slakken: onregelmatige gaten in blad met een zilverachtig slijmspoor, vooral 's nachts na regen
Grijp snel in bij virussymptomen, uitbreidende bacterievlekken of ernstige schimmelaantasting op houtige planten: verwijder aangetaste delen direct en gooi ze bij het restafval, niet op de composthoop. Bij een lichte bladluisplaag, een enkele slak of wat meeldauw op een bijna uitgebloeide plant kun je vaak afwachten, want natuurlijke vijanden zoals lieveheersbeestjes en vogels lossen dit in veel tuinen zelf op.
- 1
Verwijder en isoleer
Knip aangetaste bladeren, scheuten of hele planten weg en zet een zwaar aangetaste plant apart zodat het probleem zich niet verspreidt naar gezonde planten in de buurt.
- 2
Verbeter de omstandigheden
Geef meer ruimte tussen planten voor luchtcirculatie, pas de gietbeurten aan op de grondsoort en zorg voor voldoende licht en voeding passend bij de plantensoort.
- 3
Bestrijd mechanisch of biologisch
Spoel bladluis en spint met een krachtige waterstraal van de plant, verzamel slakken 's avonds met de hand of zet een biologisch bestrijdingsmiddel op basis van nuttige insecten in.
- 4
Overweeg chemisch middel als laatste stap
Kies bij aanhoudende, ernstige aantasting alleen een in Nederland toegelaten middel en volg de dosering op het etiket. Controleer op de website van de NVWA (nvwa.nl) welke middelen voor je gewas zijn toegelaten, of vraag advies in een tuincentrum als je twijfelt welk middel geschikt is.
- 5
Controleer het resultaat
Bekijk de plant na een tot twee weken opnieuw op dezelfde plekken. Zie je geen nieuwe aantasting en herstelt de groei, dan is de aanpak geslaagd.
De meeste problemen ontstaan door te natte grond, te weinig licht, te weinig ruimte tussen planten of een tekort aan voeding. Wekelijkse controle in het groeiseizoen, een passende standplaats en op tijd dunnen van te dichte beplanting voorkomen een groot deel van de schimmels en plagen die in Nederlandse tuinen voorkomen.
Marijn ontwerpt al vijftien jaar tuinen door heel Nederland. Ze schrijft over aanleg, planning en de keuzes die je tuin voor jaren beter maken.
Gerelateerde artikelen

Hoe kies je de juiste plant voor je Nederlandse tuin?
Een checklist met de zeven criteria die bepalen of een plant in jouw tuin aanslaat, van lichtinval tot winterhardheid, en hoe je die factoren zelf controleert voordat je koopt.

Voedingstekort bij planten herkennen en verhelpen: symptomen en juiste bemesting
Gele bladeren, paarse randen of slechte groei kunnen wijzen op voedingstekort. Leer welke voedingsstof ontbreekt, hoe je dat herkent aan blad en plant, en wanneer bemesten echt nodig is.

Winterharde en vorstgevoelige planten: hoe herken je het verschil en hoe breng je beide veilig door de winter
Niet elke plant overleeft een Nederlandse winter zonder hulp. Dit overzicht laat zien hoe je winterharde van vorstgevoelige planten onderscheidt en welke bescherming elk type nodig heeft.
Tuinwiki groeit elke week
Onze redactie werkt doorlopend aan praktische antwoorden over planten, onderhoud, bodem en buitenleven. Nieuwe artikelen verschijnen zodra ze klaar zijn.
Bekijk alle onderwerpen